Ontvang nu 500 euro Sonnevelt budget voor je opleiding in maart! Meer >

De hartslagzone bepaalt je succes voor afvallen

Hoe belangrijk is bewegen tijdens het afvallen? En welke rol speelt je hartslag hierbij? Met het doel in je achterhoofd om af te vallen, ga je ernaar toewerken om in een zone te trainen waarin de vetverbranding het hoogst is.

Iedereen weet dat je hartslag omhoog gaat als je begint met bewegen en hoe intensiever je traint, des te hoger wordt de hartslag. Afhankelijk van het doel dat je voor ogen hebt, moet je in een bepaalde hartslagzone trainen.
Het is van belang dat je op de juiste intensiteit traint, omdat de intensiteit van de training bepaalt welke brandstof wordt gebruikt voor het leveren van de energie. Als je vetten wilt verbranden dan is het meest effectief dat je hartslag tijdens de training in een bepaalde zone blijft.

Het lichaam gebruikt vet als energiebron bij inspanningen van zeer lage intensiteit. De totale hoeveelheid calorieën die wordt verbrand is in dit geval zo laag dat deze methode niet geschikt is om af te vallen. Hiervoor kun je beter een aerobe inspanning met een hogere intensiteit kiezen, aangezien het energiegebruik hierbij veel hoger is. Bij beginnende inspanning wordt vet dat in de spier is opgeslagen verbrand, later ook vet uit onderhuids vetweefsel. Vet in de spier wordt na inspanning weer aangevuld vanuit het vetweefsel.

Proefles opleiding Beweegcoach

Gratis proefles opleiding Beweegcoach

  • Inkijkje in de lesmap.
  • Het houdings- en bewegingsapparaat.
  • Leer over gedragsverandering en het brein.

De optimale hartslagfrequentie

Het doel van een aerobe training is om je hartslag gedurende een bepaalde tijd op een hoger niveau te brengen. Het is zeer belangrijk om op de juiste hartslag te trainen. De ideale hartslag voor afvallen en vetverbranding is niet voor iedereen hetzelfde. Hoe bepaal je de deze hartslag? Heel simpel met behulp van een rekensommetje. Een algemene indicatie om je maximale hartslag te bepalen, is  220 minus je leeftijd. Als je serieus aan de slag gaat kun je je maximale hartslag bepalen met een simpele test. Aansluitend op een duurtraining zonder tussenstop,  ga je gedurende één minuut maximaal versnellen. Een eindsprint aan het einde laat je hartslag nog verder oplopen. Je maximale hartslag, haal je door fysiologische principes pas 5 tot 15 seconden nadat je bent gestopt met het versnellen of sprinten. Deze hartslag lees je af van je hartslagmeter. Van deze uitkomst neem je 70 en 80%. Dit is de zone waarbinnen je hartslag moet liggen tijdens aerobe activiteiten. De vetverbranding is in deze zone optimaal.

Als je er voor kiest om meer te bewegen en regelmatig een aantal kilometers gaat hardlopen dan zal dat de eerste minuten zeer moeizaam gaan. Het opstarten kost namelijk extra energie. Het lichaam heeft nu eenmaal een tijdje nodig om op het aerobe systeem over te schakelen. Hoe beter je conditie, hoe sneller je op dit systeem overschakelt. Het voordeel van deze training is dat het percentage lichaamsvet kleiner wordt omdat tijdens aerobe activiteiten de vetverbranding optimaal is.

In een uitgebalanceerd schema mag het aandeel van de aerobe training het aandeel van de anaerobe training nooit overtreffen. Als je namelijk teveel op aeroob niveau traint en je volgt tevens een calorie-arm dieet dan bestaat het risico dat je lichaam spieren verbruikt als brandstof. Minder spieren leidt tot een lager metabolisme, m.a.w. je lichaam verbruikt minder energie. Indien hetzelfde voedingspatroon wordt aangehouden, dan leidt dit tot meer lichaamsgewicht in de vorm van vet (je lichaam verbruikt immers minder energie omdat je minder spieren hebt). Dus het resultaat leidt niet tot het beoogde doel. Je krijgt meer lichaamsvet in plaats van een goede vetverbranding.

Zie jij het lichaam als de mogelijkheid bij uitstek om gezond en vitaal door het leven te gaan? En wil je anderen inspireren en begeleiden om het lichaam te gebruiken als sleutel tot verandering? Neem dan eens een kijkje bij de opleiding BeweegcoachDownload de gratis proefles en laat je inspireren.