Vermoeidheid, een hoofd dat minder scherp voelt, rusteloze benen, haaruitval of na één trap al buiten adem zijn. Het zijn klachten die veel oorzaken kunnen hebben. Toch groeit de aandacht voor één mogelijke verklaring die relatief gemakkelijk over het hoofd wordt gezien: ijzertekort. Vooral bij vrouwen is dat relevant. Menstruatie, zwangerschap en bevalling vragen veel van de ijzervoorraad. Tegelijkertijd wordt in de medische praktijk nog vaak vooral naar het hemoglobinegehalte, het Hb, gekeken. Daar zit een belangrijke blinde vlek: je kunt een ijzertekort hebben zonder bloedarmoede.
Nieuwe richtlijnen van de American Society of Hematology (ASH) uit september 2026 zetten dat vraagstuk extra op scherp. ASH adviseert hogere ferritinegrenzen om ijzertekort eerder te herkennen. Daarmee wijkt de Amerikaanse benadering op belangrijke punten af van de manier waarop ijzertekort binnen de Nederlandse huisartsenzorg traditioneel wordt benaderd.
IJzer is nodig voor de aanmaak van hemoglobine, het eiwit in rode bloedcellen dat zuurstof vervoert. Maar dat is niet de enige functie. IJzer speelt ook een rol in spieren, de energiestofwisseling, enzymen en hersenfuncties. Het lichaam houdt daarom een ijzervoorraad aan. Een belangrijk deel daarvan ligt opgeslagen in ferritine. Het ferritinegehalte in het bloed gebruiken artsen als maat voor die voorraad.
Wanneer je langdurig meer ijzer verliest dan je binnenkrijgt of opneemt, daalt eerst die voorraad. Het Hb kan ondertussen nog een tijd normaal blijven. Pas later kan ook het Hb dalen en ontstaat ijzergebreksanemie. In de internationale literatuur wordt de fase daarvoor aangeduid als iron deficiency without anemia: ijzertekort zonder bloedarmoede. Een normaal Hb betekent dus niet automatisch dat de ijzervoorraad op peil is.
Precies hierover gaat de Huisarts Podcast Maak kennis met je blinde vlek over ijzergebrek. Internist Hilde Roijen, internist-hematoloog Marlijn Hoeks en huisarts Femke Veldman bespreken daarin waarom volgens hen te veel naar Hb en te weinig naar de daadwerkelijke ijzervoorraad wordt gekeken. Hun kernboodschap: beoordeel de ijzervoorraad niet uitsluitend via het Hb.
Roijen pleit bovendien voor een kritischer blik op referentiewaarden. Een waarde die statistisch veel voorkomt bij vrouwen is namelijk niet automatisch een waarde waarbij het lichaam fysiologisch optimaal functioneert.
Een systematische analyse van ferritine-referentiewaarden uit 2024 ondersteunt die discussie. Veel ondergrenzen bleken gebaseerd op populaties waarin vrouwen met een verhoogd risico op ijzertekort niet altijd goed waren uitgesloten.
Oftewel: als een lage ijzervoorraad veel voorkomt, kan die statistisch ‘normaal’ worden zonder dat daarmee is aangetoond dat die waarde gezond is.
De meest voor de hand liggende oorzaak is bloedverlies. Wie maandelijks menstrueert, moet het verloren ijzer steeds opnieuw aanvullen. Bij hevige of langdurige menstruaties kan de ijzerbalans langzaam negatief worden.
Andere factoren die het risico vergroten zijn:
snelle groei tijdens de puberteit;
een lage ijzerinname;
vegetarisch of veganistisch eten;
intensief sporten;
regelmatig bloed doneren;
zwangerschap;
bloedverlies bij een bevalling;
korte intervallen tussen zwangerschappen;
coeliakie en andere maag-darmaandoeningen;
bariatrische chirurgie;
chronisch bloedverlies uit maag of darm;
bepaalde ontstekingsziekten.
De groeiende aandacht voor ijzertekort bij vrouwen kan de indruk wekken dat het om een nieuwe gezondheidstrend gaat. Dat is niet terecht. Menstruatie, zwangerschap en bevalling zijn al eeuwen belangrijke oorzaken van ijzerverlies. Wat wél sterk is veranderd, is het aantal menstruaties dat een vrouw gedurende haar leven kan hebben.
In geïndustrialiseerde landen begint de menstruatie tegenwoordig gemiddeld rond 12 à 13 jaar, terwijl dit in Europa in eerdere eeuwen vaak later lag; rond de industriële revolutie werd een gemiddelde menarcheleeftijd van ongeveer 15 tot 16 jaar beschreven. Tegelijkertijd krijgen vrouwen tegenwoordig gemiddeld minder kinderen en brengen ze daardoor minder jaren door in zwangerschap. Ook langdurige, intensieve borstvoeding kwam in traditionele samenlevingen vaker voor. Juist die combinatie van zwangerschap en borstvoeding onderdrukt de eisprong en menstruatie vaak maandenlang: bij intensief borstvoeden kan de menstruatie bijvoorbeeld 9 tot 18 maanden wegblijven, al verschilt dit sterk per vrouw. Het gevolg is dat moderne vrouwen gemiddeld veel meer menstruatiecycli kunnen doormaken.
Onderzoek bij de Dogon in Mali, een populatie met hoge vruchtbaarheid en langdurige borstvoeding, kwam uit op ongeveer 100 menstruaties gedurende het leven, tegenover circa 400 bij vrouwen in moderne Noord-Amerikaanse omstandigheden. Dat is geen rechtstreekse vergelijking tussen Nederlandse grootmoeders en vrouwen van nu, maar het laat wel zien hoe sterk reproductieve omstandigheden het totale menstruele bloedverlies kunnen beïnvloeden.
Historische Nederlandse gegevens passen bij dat beeld: vrouwen geboren vóór 1860 kregen in een onderzochte populatie gemiddeld ongeveer 5,7 kinderen, tegenover minder dan 3 bij vrouwen geboren na 1900. Minder zwangerschappen, minder langdurige borstvoeding en een eerdere start van de menstruatie betekenen samen potentieel aanzienlijk meer maanden met menstruatie en dus meer cumulatief ijzerverlies. IJzertekort is daarmee geen moderne hype; juist de moderne levensloop kan ervoor zorgen dat vrouwen gedurende hun leven vaker aan menstrueel ijzerverlies worden blootgesteld.
In de puberteit heeft het lichaam extra ijzer nodig voor groei, spiermassa en uitbreiding van het bloedvolume. Vanaf de eerste menstruatie komt daar regelmatig bloedverlies bij. Een groeispurt in combinatie met menstruatie, weinig eten, vegetarische voeding of intensief sporten kan het risico verder verhogen.
IJzertekort bij pubers wordt in onderzoek in verband gebracht met vermoeidheid, concentratieproblemen en een lagere ervaren kwaliteit van leven. Er zijn aanwijzingen dat behandeling van een tekort aandacht en cognitief functioneren kan verbeteren, al is het bewijs daarvoor niet op alle onderdelen even sterk.
Vooral hevig menstrueel bloedverlies is een belangrijke oorzaak van ijzertekort. Bij vrouwen die veel bloed verliezen kan het Hb nog lange tijd normaal zijn, terwijl ferritine geleidelijk daalt. Klachten kunnen daardoor ontstaan voordat officieel sprake is van bloedarmoede.
Onderzoek ondersteunt dat ijzertekort zonder anemie (bloedarmoede) klinisch relevant kan zijn. In gerandomiseerde onderzoeken verminderde ijzerbehandeling bij sommige niet-anemische vrouwen met een lage ijzervoorraad de vermoeidheid. Het bewijs voor verbetering van objectief gemeten lichamelijke prestaties is minder overtuigend.
Tijdens een zwangerschap neemt de ijzerbehoefte aanzienlijk toe. IJzer is nodig voor de uitbreiding van het bloedvolume van de moeder, maar ook voor placenta en kind. Wie met een lage voorraad aan een zwangerschap begint, heeft weinig reserve voor die extra behoefte.
De ASH hanteert sinds 2026 bij zwangere en menstruerende personen een ferritine van 30 µg/L of lager als diagnostische grens. In specifieke hoogrisicosituaties, waaronder hevig menstrueel bloedverlies en zwangerschap in combinatie met anemie, wordt een grens van 50 µg/L genoemd.
In Nederland wordt tijdens de zwangerschap standaard het Hb gecontroleerd. De NHG-Standaard Zwangerschap en kraamperiode adviseert niet om bij iedere zwangere standaard in het eerste trimester ferritine te bepalen. Redenen zijn onder andere onzekerheid over de optimale grens, de kwaliteit van het bewijs en de vraag of brede screening aantoonbaar leidt tot betere gezondheidsuitkomsten.
Daarmee ontstaat een verschil met de nieuwe Amerikaanse benadering. Dat betekent niet automatisch dat de ene richtlijn ‘goed’ en de andere ‘achterhaald’ is. Ze beantwoorden deels verschillende vragen: wanneer is de ijzervoorraad fysiologisch laag, en wanneer levert testen en behandelen aantoonbare gezondheidswinst op?
Een bevalling gaat gepaard met bloedverlies. Wie al met een lage ijzervoorraad aan de bevalling begint, heeft minder reserve om dat verlies op te vangen.
Een postpartum ijzertekort kan samengaan met vermoeidheid en lichamelijke uitputting. Tegelijkertijd zijn die klachten in deze periode moeilijk te interpreteren: slaapgebrek, lichamelijk herstel en de zorg voor een baby kunnen hetzelfde beeld geven.
Bij duidelijke of aanhoudende klachten kan laboratoriumonderzoek daarom zinvol zijn.
De jaren vóór de menopauze zijn niet automatisch een periode waarin het risico afneemt. Door hormonale veranderingen kunnen menstruaties tijdelijk heviger, langer of onregelmatiger worden. Ook de aanwezigheid van poliepen kunnen een verklaring zijn voor hevig bloedverlies. Neem dus geen genoegen met: ‘’het hoort erbij’’.
Juist daardoor kan de ijzervoorraad in deze fase verder dalen.
Na de menopauze valt het maandelijkse bloedverlies weg.
Ontstaat daarna toch ijzertekort of ijzergebreksanemie, dan is het belangrijk de oorzaak te achterhalen in plaats van alleen ijzer bij te slikken. Bloedverlies uit het maag-darmkanaal, verminderde opname of een andere onderliggende aandoening verdienen dan extra aandacht.
Bij ijzergebreksanemie zijn vermoeidheid, kortademigheid, bleekheid, duizeligheid en hartkloppingen bekende symptomen.
Ook vóórdat het Hb daalt, worden klachten beschreven zoals:
Belangrijk is wel dat deze klachten weinig specifiek zijn. Ook slaaptekort, schildklierproblemen, psychische belasting, andere voedingstekorten en tal van aandoeningen kunnen een vergelijkbaar beeld geven.
Ferritine verdient dus aandacht, maar mag niet de nieuwe universele verklaring worden voor iedere vorm van vermoeidheid.
Een laag ferritine is een sterke aanwijzing voor uitgeputte ijzervoorraden.
Andersom sluit een normaal of verhoogd ferritine een tekort niet altijd uit. Ferritine is namelijk ook een acutefase-eiwit en kan stijgen door ontsteking of infectie.
Daarom kan in zulke situaties ook de transferrinesaturatie (TSAT) relevant zijn. ASH hanteert bij volwassenen met inflammatie een ferritine lager dan 100 µg/L óf een TSAT lager dan 20 procent als criterium voor ijzertekort.
15 µg/L: de klassieke grens
De WHO en de Nederlandse benadering hebben lange tijd sterk geleund op een ferritine rond 15 µg/L als grens waaronder een absoluut ijzertekort zeer waarschijnlijk is. Het voordeel van zo'n lage grens is de hoge specificiteit: bij een ferritine onder 15 is een tekort zeer aannemelijk. De keerzijde is dat je een vroeger stadium van ijzertekort kunt missen.
30 µg/L: steeds meer internationale steun
De ASH adviseert sinds 2026 bij volwassenen, menstruerende en zwangere personen een grens van 30 µg/L of lager. Dat sluit aan bij een bredere internationale beweging waarin 30 µg/L steeds vaker als klinisch relevante grens wordt gebruikt voor absoluut ijzertekort zonder ontsteking.
En hoe zit het met 50 µg/L?
Hier is nuance belangrijk. Een ferritine van 45 betekent niet dat iedere gezonde vrouw automatisch ijzertekort heeft of behandeld moet worden. De ASH noemt een grens tot 50 µg/L in specifieke situaties met klachten of een verhoogd risico, waaronder hevig menstrueel bloedverlies. Een diagnostische grens is bovendien iets anders dan een ‘optimale’ ferritinewaarde. Voor het idee dat iedere vrouw een ferritine boven bijvoorbeeld 50, 70 of 100 zou moeten nastreven, ontbreekt overtuigend bewijs.
Isala in Zwolle verhoogde in januari 2024 de ferritine-ondergrens voor vrouwen van 15 naar 30 µg/L. Daarmee werd deze gelijk aan de ondergrens voor mannen. Volgens de betrokken internist en klinisch chemicus was de wetenschappelijke basis voor verschillende referentiegrenzen bij mannen en vrouwen onvoldoende sterk.
OLVG in Amsterdam verhoogde later eveneens de ondergrens naar 30 µg/L.
Een belangrijke nuance: een laboratoriumreferentiegrens is niet exact hetzelfde als een diagnostische of behandelgrens. Als een laboratorium zijn ondergrens verhoogt, betekent dit vooral dat waarden onder 30 eerder als afwijkend worden gemarkeerd. Of behandeling nodig is, hangt vervolgens af van klachten, oorzaak, bloedverlies, ontsteking en andere klinische informatie. Juist dat onderscheid voorkomt dat een hoger afkappunt automatisch leidt tot overbehandeling.
De Nederlandse huisartsenzorg werkt nog vanuit de NHG-Standaard Anemie, waarin de diagnostiek primair is opgebouwd rond anemie. Dat verklaart een deel van het verschil met de nieuwe ASH-richtlijn uit Amerika: de Nederlandse standaard stelt in de eerste plaats de vraag waardoor een vastgesteld laag Hb wordt veroorzaakt, terwijl het internationale debat steeds meer gaat over het herkennen van ijzertekort vóórdat het Hb daalt. Die terughoudendheid heeft ook een goede reden. Een richtlijn moet niet alleen bepalen bij welke waarde een voorraad laag is, maar ook antwoord geven op vragen als:
Leidt eerder testen aantoonbaar tot betere gezondheid?
Welke klachten verbeteren door behandeling?
Wie heeft daadwerkelijk baat bij suppletie?
Hoe voorkom je onnodige behandeling?
Wanneer moet je verder zoeken naar de oorzaak?
Voor een deel van deze vragen is het onderzoek nog onvoldoende sterk.
De eerste stap is niet zoveel mogelijk ijzer slikken, maar uitzoeken waarom de voorraad laag is. Bij hevige menstruaties kan het behandelen van het bloedverlies minstens zo belangrijk zijn als het aanvullen van ijzer. Bij maag-darmklachten kan onderzoek naar bijvoorbeeld coeliakie nodig zijn. Na de menopauze of bij onverklaard ijzerverlies verdient verborgen bloedverlies extra aandacht.
IJzer komt onder andere voor in vlees, volkoren graanproducten, peulvruchten, noten, eieren, groenten en vleesvervangers.
Heemijzer uit dierlijke producten wordt gemiddeld gemakkelijker opgenomen dan non-heemijzer uit plantaardige voeding. Vitamine C kan de opname van non-heemijzer bevorderen. Een volwaardige vegetarische of veganistische voeding kan voldoende ijzer leveren, maar vraagt extra aandacht voor ijzerrijke voedingsmiddelen en factoren die de opname beïnvloeden.
Soms is aanvulling van ijzer nodig. Er bestaat niet één supplement dat voor iedereen het beste is. Belangrijk zijn de hoeveelheid elementair ijzer, de opname, bijwerkingen en vooral of iemand het middel kan blijven gebruiken. Lees meer over de verschillende vormen van ijzersuppletie en hoe effectief ze zijn.
Hier ligt misschien wel de belangrijkste spanning in het debat. Aan de ene kant lopen vrouwen mogelijk te lang met klachten rond omdat alleen naar Hb wordt gekeken. Een lage ijzervoorraad kan al bestaan voordat bloedarmoede ontstaat. Aan de andere kant bestaat het gevaar dat steeds ruimere grenswaarden leiden tot medicalisering van aspecifieke klachten. Niet iedere vermoeide vrouw met een ferritine van 35 heeft baat bij ijzer.
Ook suppletie is niet per definitie onschuldig. Een te hoge ijzerinname kan bijwerkingen geven en bij mensen met bijvoorbeeld erfelijke hemochromatose kan stapeling juist schadelijk zijn. De meest verdedigbare middenweg is daarom niet: iedereen testen en behandelen. Wel: eerder aan ijzertekort denken, ferritine niet negeren bij een normaal Hb en altijd zoeken naar de oorzaak van een tekort.
Samenvattend: waar bloedarmoede lange tijd het centrale eindpunt was, verschuift de aandacht steeds meer naar de fase daarvoor: het geleidelijk leegraken van de ijzervoorraad.
De nieuwe ASH-richtlijn van 2026 vormt daarin een belangrijk kantelpunt. Een ferritine van 15 µg/L is niet langer de enige grens waar deskundigen zich op richten. Voor volwassenen zonder ontsteking verschuift de internationale diagnostiek steeds duidelijker richting 30 µg/L, met hogere grenzen in specifieke risicosituaties.
Nederland beweegt daar nog niet volledig in mee, al hebben ziekenhuizen als Isala en OLVG hun laboratoriumreferenties al aangepast.
De komende jaren zal vooral duidelijk moeten worden welke vrouwen daadwerkelijk gezondheidswinst boeken wanneer ijzertekort vroeger wordt opgespoord en behandeld.
Tot die tijd blijft één boodschap overeind:
een normaal Hb vertelt niet het hele verhaal – maar één ferritinewaarde evenmin.
Bronnen
